De zorg voor uw en "onze" kinderen
Leerlingvolgsysteem
Om de ontwikkeling van uw kind goed te kunnen volgen, hanteren wij
o Bij de kleuters het Horeb-leerlingvolgsysteem. Dit is een observatiemethode.
Hierin beschrijven we de ontwikkeling van de kleuters.
o We maken gebruik van de observaties van de Cesartherapeute in groep 2.
o Voor taal, lezen en rekenen wordt gebruik gemaakt van een aantal CITO-toetsen voor groep 1 t/m 8.
o In groep 8 krijgen de kinderen de CITO-eindtoets.
o Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de EGGO-registratiekaarten en de sociale portfolio.
De interne begeleider, Greetje Lenting, is samen met de leerkrachten verantwoordelijk voor het bijhouden van deze gegevens. Minstens twee maal per jaar bespreken de leerkrachten de ontwikkeling van de kinderen met de betrokken ouders. Ook tijdens de groepsbesprekingen van de leerkracht met de IB-er worden de ontwikkelingen van de leerlingen gevolgd. Dit kan leiden tot specifieke aanpassingen in het begeleiden van de kinderen op onze school. Uiteraard wordt dat altijd met u besproken.
De zorg voor uw kind
Ons leerlingvolgsysteem stelt ons in staat om een goed overzicht te hebben van de leerontwikkeling van uw kind. Daardoor kunnen we het onderwijs aan elk kind aanpassen, zowel naar “beneden” als naar “boven”.
De sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind volgen wij met behulp van de EGGO-kaarten (hierin wordt aangegeven waar het kind staat wat betreft werkhouding en soc.em. ontwikkeling).
De leerkracht kan d.m.v. het weekplan rekening houden met de leerbehoefte van uw kind. Dit kan door meer/minder en/of moeilijker/eenvoudiger werk aan te bieden.
Heeft uw kind nog moeite met het zich eigen maken van de leerstof, dan zal de leerkracht door het geven van extra uitleg uw kind proberen te helpen. Mocht de extra hulp onvoldoende resultaat opleveren, dan neemt de leerkracht contact op met de IB-er. Er wordt een plan opgesteld om uw kind zoveel mogelijk in de klas te begeleiden. Incidenteel neemt de IB-er een stukje begeleiding over. De ouders/ verzorgers bespreken met de leerkracht en/of Ib-er het begeleidingsplan. De leerkracht en/of de IB-er informeert de ouders over de vorderingen. Met de ouders wordt het begeleidingsplan regelmatig besproken.
Het kan ook zijn dat we behoefte hebben aan het raadplegen van een externe deskundige, zoals:
o logopedie kan een rol spelen bij het oplossen van spraakproblemen.
o motorische therapie (b.v. Cesartherapie) kan kinderen leren zich optimaler te bewegen, waardoor leer- en/of gedragsproblemen kunnen worden verkleind.
o de consultatieve leerlingbegeleider (Marca Wiltjer) van het CEDIN
o de deskundige van het leerlingplatform (PCL).
o schoolverpleegkundige.
Uiteraard doen we dat alleen in overleg met u, als ouder.
Communicatie over de ontwikkeling van uw kind(eren)
Wij vinden het erg belangrijk om met u te kunnen praten over de ontwikkelingen van uw kind. Wij plannen in het schooljaar twee tot drie momenten waarop we u kunnen informeren. Mocht u als ouder tussentijds met ons willen praten kunt u ten alle tijden een afspraak maken. Graag even voor of na schooltijd met de betreffende leerkracht
afspreken. Ook zal het voorkomen dat wij graag met u willen praten. We bellen dan en vragen om een afspraak te maken.
Oudergesprekken.
Nieuwe inzichten en andere werkvormen betekenen ook een andere kijk op de ontwikkelingen van de kinderen. In het schooljaar 2008-2009 hebben we ons rapport vernieuwd.
De opzet van de oudergesprekken hebben we daarbij aangepast. Zo kunnen wij u informeren over de totale ontwikkeling van uw kind en niet alleen over de leerprestaties. De opzet van de oudergesprekken en het vernieuwde rapport zorgen hiervoor.
Kenningsmakingsgesprekken.
Rond oktober/november plannen we de eerste oudergesprekken de zgn. “kennismakings-gesprekken”. Uw kind staat dan centraal. Tijdens deze gesprekken komen de werkhouding, de Eggo kaart en de leerontwikkeling aanbod, maar de nadruk ligt op het sociale welbevinden.
Rapportbesprekingen.
In januari ontvangt u een uitnodiging om te komen praten over over de leerprestaties, Cito gegevens, werkhouding en de Eggo kaart.
Op verzoek.
Na het tweede rapport kan er eventueel op verzoek van de ouders of leerkrachten
een gesprek plaats vinden.
Oudergesprekken en de kleuters.
*Oktober/november *januari *op verzoek rond juni
De ontwikkelingen van de kleuters worden met de ouders zowel in oktober/november als in januari besproken. Het onderwijsaanbod aan de jongere kinderen is anders dan het methodische aanbod van de leervakken vanaf groep 3. De totale ontwikkeling
( sociaal emotionele, motorische, taal, rekenen,visueel en auditieve ontwikkeling enz. ) van de jongere kinderen volgen de leerkrachten d.m.v. observaties. Deze gegevens noteren zij in het observatie systeem. Deze ontwikkeling verloopt soms erg sprongsgewijs. Vandaag kan ik al….. en gisteren lukte het nog niet. Wij hebben daarom gekozen om u tijdens de gesprekken op de hoogte te houden van deze ontwikkelingen.
Oudergesprekken en groep 8 leerlingen.
De kennismakingsgesprekken vinden voor de leerlingen van groep 8 eind oktober plaats. In dit gesprek zal met de ouders naast de andere items ook gesproken worden over het advies Voortgezet Onderwijs. Samen met u wordt dan een voorlopig advies bepaald. De rapport-besprekingen van groep 8 vinden plaats in maart als de Cito uitslagen bekend zijn. De definitieve schoolkeuze wordt in overleg met de ouders vastgesteld.
Het rapport.
De groepen 3 t/m 8 ontvangen een schriftelijke rapportage.
De uitgangspunten van onze visie hebben we meegenomen in het rapport. Op de linkerkant staan de vakken en leergebieden genoemd.
(Lezen, Schrijven,Taal,Rekenen,Wereldoriëntatie,Natuur/ Techniek, Expressie en Bewegingsonderwijs) Onderdelen van elk leergebied worden ofwel met een cijfer of met een letter beoordeeld. Het hoogste cijfer is een 8 en het laagste een 4. Een positieve insteek vinden wij, omdat kinderen altijd de mogelijkheid hebben om een voldoende op het volgende rapport te halen.
Een voorbeeld:technisch lezen = cijfer ( 8 t/m 4 )
begrijpend lezen = letter ( g rv v bv)
goed ruim voldoende voldoende bijna voldoende
Op de rechterkant leest u over de leer- en werkhouding
(zelfvertrouwen, initiatief tonen, motivatie, tempo, concentratie en zelfreflectie) en
het omgaan met …
communicatie, samenwerken, anderen en de omgeving.
Deze onderdelen zijn een vertaling van de Eggo kaart, hoe de kinderen werken met de methode topondernemers en observaties tijdens de activiteiten van samenwerkend leren. (deze worden ook met een letter beoordeeld)
Kijkavond.
Een keer per jaar wordt u door uw kind uitgenodigd om op school te komen.
Op die avond laat uw kind zien uit welke boeken en methoden hij/zij werkt. Daarnaast krijgt u een indruk van haar of zijn dagelijkse bezigheden.
Leerlingvolgsysteem van het CITO:
De kinderen worden één of twee keer per jaar getoetst voor het leerlingvolgsysteem.
Dit zijn de methode onafhankelijke toetsen. De resultaten daarvan worden met u tijdens het tweede oudergesprek besproken. Op het rapport worden deze uitslagen samen met de methode toetsen gebruikt om de scores te bepalen.
Dyslexieprotocol:
Voor een kind met (mogelijk) dyslexie zijn er voorzieningen te treffen om het kind zo goed mogelijk te begeleiden. Het resultaat van de toets Taal voor Kleuters (groep 2) is een voorspeller voor het gebruik van taal, maar niet voor het leren lezen in groep 3. Daarom worden ook de leesvoorwaarden (januari groep 2) getoetst. Leesvoorwaarden zijn bv. het hakken en plakken van woorden en letterkennis. Als een kind op deze toets niet voldoende op heeft gescoord, krijgt het extra begeleiding in de groep.
De leesontwikkeling verloopt niet bij alle kinderen zoals je zou mogen verwachten.
Als het kind problemen heeft met het vlot leren lezen, is er sprake van leesproblemen. Dit meten we met leestoetsen.
In de aanvankelijk- en voortgezet technisch lezen-periode is het vaak nog niet duidelijk of het kind een leesprobleem heeft of dat er sprake is van dyslexie.
Om de begeleiding zo optimaal mogelijk te laten verlopen, krijgen kinderen met leesproblemen de specifieke dyslexie-aanpak.
Dat betekent in groep 3, 4 en 5:
- Er wordt veel en gevarieerd geoefend met technisch lezen en spelling.
- Er is een uur extra leestijd per week.
- De hoeveelheid werk wordt aangepast aan het kind (als dit nodig blijkt te zijn).
- Het kind oefent thuis met lezen en/of spelling (in overleg met de ouders).
- Het kind mag gebruik maken van de computer met spellingcontrole als het werkstukken e.d. maakt.
- Er is extra tijd voor het maken van toetsen.
- Toetsen kunnen worden voorgelezen.
Vanaf groep 6 wordt de nadruk gelegd op het omgaan met dyslexie en het gebruik maken van en het oefenen met hulpmiddelen. Natuurlijk wordt bekeken welke aanpassingen het kind nog steeds nodig heeft (zie hierboven).
In groep 8 kan de CITO eindtoets voorgelezen worden door een leerkracht (IB-er) of de school kan de dyslexie-versie aanvragen voor het kind. Dit wordt besproken met de ouders.
Criteria voor het aanvragen van een dyslexieverklaring:
• Het kind moet een vertraagde ontwikkeling laten zien in het technisch lezen. Dit wordt getoetst met de Drie Minuten Toets en de AVI-toets (herhaalde E-scores zijn noodzakelijk).
• Het kind moet ernstige spellingproblemen hebben. Dit wordt getoetst met de Cito spellingtoets (herhaalde E-scores zijn noodzakelijk).
• De school moet aantonen dat het kind structureel extra hulp heeft gekregen op het gebied van lezen en spelling.
Er zijn twee trajecten voor een aanvraag:
De school en de ouders bekijken welke weg gevolgd wordt.
• Via school: de school neemt contact op met het Cedin, de schoolbegeleidingsdienst en levert gegevens aan. Naar aanleiding hiervan wordt bekeken of er reden is onderzoek te doen. Dit gebeurt door een orthopedagoog van het Cedin.
• Via de zorgverzekeraar: eerst nemen de ouders contact op. De school en de ouders leveren gegevens aan. Naar aanleiding hiervan wordt bekeken of er reden is onderzoek te doen. Dit gebeurt door een orthopedagoog.
Het belang van een verklaring:
I. v. m. een mogelijke vergoeding van de zorgverzekeraar voor specialistische hulp voor dyslectische kinderen is het belangrijk om een dyslexieverklaring aan te vragen. Ook extra hulpmiddelen kunnen worden aangeschaft op vertoon van een dyslexieverklaring..
Als het kind in bezit is van een dyslexieverklaring kunnen de kosten van een dyslexiespecialist vergoed worden via de zorgverzekering.
Soms blijft het onduidelijk op de basisschool of een kind dyslexie heeft, omdat sommige kenmerken niet of nauwelijks te constateren zijn of de scores niet laag genoeg zijn om in aanmerking te komen voor een onderzoek. Er wordt dan wel doorgegeven aan het VO dat er mogelijk sprake kan zijn van dyslexie. Men is dan extra alert. Het kind komt nu immers in aanraking met meerdere talen.





